1 juli 2011
Minister Schultz van Infrastructuur en Milieu investeert de komende jaren 107 miljoen euro in extra fietsenstallingen op stations. Dat schrijft de bewindsvrouw in het actieplan Fietsparkeren bij stations, dat ze naar de Kamer heeft gestuurd. De minister verwacht dat de provincies en gemeenten tot 2020 ongeveer 90.000 extra stalplaatsen kunnen maken op stations.
De VVD-politica stelt dat voldoende stallingen bij stations onmisbaar zijn. "Dagelijks pakken bijna 500.000 Nederlanders de fiets naar het station en dit aantal blijft stijgen", aldus Schultz. De stallingen worden gebouwd bij de stations langs de trajecten waar in de toekomst zonder spoorboekje wordt gereden. Dat houdt in dat reizigers niet vooraf hoeven te plannen wanneer zij de trein pakken, omdat er elke vijf tot zes minuten een intercity of sprinter vertrekt. Het gaat om de trajecten tussen Utrecht en Amsterdam, Den Haag en Rotterdam, Utrecht en Den Bosch, Schiphol en Amsterdam en tussen Almere en Lelystad.
Weesfietsen
Om in aanmerking te komen voor de extra bijdrage moeten gemeenten en provincies de al beschikbare stallingscapaciteit optimaal hebben benut. In sommige steden nemen weesfietsen - fietsen die door hun eigenaar in de steek zijn gelaten - maar liefst twintig procent van de beschikbare fietsenrekken in.
Volgens de Rijksoverheid neemt 26 procent van de reizigers de fiets. Bijna 40 procent van alle reizigers neemt van of naar het treinstation, de fiets.Eerder werd in het plan 'Groei op het Spoor' aangekondigd dat het Rijk tussen 2007 en 2012 twintigduizend extra fietsenstallingen op stations zou plaatsen. Gemeenten ontvingen voor de uitvoering daarvan onder meer een handleiding over het verwijderen van weesfietsen.